Locatie: Home - Werk

Willekeur bij toekennen ontslagvergoeding

Een werkgever kan voor het aanvragen van ontslag naar de kantonrechter gaan, of naar het UVW Werkbedrijf. Bij de procedure via de kantonrechter wordt de kantonrechtersformule gehanteerd. Vraagt de werkgever het ontslag aan via het UWV Werkbedrijf dan wordt er in veel gevallen helemaal geen ontslagvergoeding door de werkgever uitgekeerd. Als de werknemer dat onredelijk vindt moet hij via een zogenaamde ‘kennelijk onredelijk ontslag’ procedure alsnog naar de kantonrechter. Alleen als de rechter het ermee eens is dat het ontslag ‘kennelijk onredelijk’ is kan hij een vergoeding toekennen. De berekening van die vergoeding gaat niet volgens de kantonrechtersformule. Drie van de vijf gerechtshoven hanteren voor deze procedure sinds kort de ‘hofformule’, die – zoals het er nu voor staat – veel ongunstiger uitpakt voor de werknemer dan de kantonrechtersformule.

Tienduizend euro

‘Het verschil in ontslagvergoeding kan oplopen tot meer dan tienduizend euro’ aldus Spelt. ‘Neem bijvoorbeeld meneer Jansen, hij is 55 jaar, 25 jaar in dienst en verdient (incl. vakantiegeld etc) 3.000 euro bruto per maand. Als de werkgever ontslag voor meneer Jansen via de kantonrechter aanvraagt ontvangt hij een ontslagvergoeding van 82.500 euro. Maar vraagt de werkgever een ontslagvergunning via het UWV Werkbedrijf en de Hofformule wordt toegepast ontvangt hij een ontslagvergoeding van 52.500 euro’. Spelt kent dit soort zaken uit eigen ervaring. ‘Kantonrechters gebruiken als argument voor dit verschil vaak dat de werknemer door de langere procedure bij het UWV Werkbedrijf ook langer in dienst blijft en dus langer loon krijgt doorbetaald. Maar dat verschil staat niet in verhouding tot elkaar.* Het is absoluut niet rechtvaardig, het is pure willekeur’.

Twee formules

De kantonrechtersformule is een rekenmodel waarbij de werknemer een vergoeding krijgt toegekend rekening houden met drie factoren (A, B en C).

Factor A (aantal gewogen dienstjaren) wordt vermenigvuldigt met factor B (het bruto salaris) en met factor C (bijzondere omstandigheden). De factor C wordt over het algemeen op het cijfer 1 gesteld. De “gewogen” dienstjaren (factor A) worden als volgt berekend:

Alle dienstjaren van de werknemer tot 35 tellen voor 0,5, tussen 35 en 45 voor 1, van 45 tot 55 voor 1,5 en boven de 55 voor 2. Deze formule geldt sinds 1 januari 2009.

Voor 1 januari 2009 gold de oude kantonrechtersformule. Toen telden de dienstjaren van werknemers tot 40 jaar voor 1, van 40 tot 50 voor 1,5 en vanaf 50 jaar voor 2.

De hofformule wordt pas sinds kort door drie van de vijf gerechtshoven in Nederland gebruikt, het is de zogenaamde XYZ-formule. Het is een variatie op de oude kantonrechtersformule, zoals die gold tot 1 januari 2009. De hofformule wijkt af van de oude kantonrechtersformule op punt C: die wordt bij de hofformule op 0,5 gesteld. Daarmee is de ontslagvergoeding volgens de Hofformule dus veel minder dan de ontslagvergoeding met de (huidige) kantonrechtersformule.

Uniforme formule

‘Er zou een uniforme formule moeten worden ontwikkeld die tegemoet komt aan de eisen van rechtsgelijkheid en duidelijkheid’, aldus Spelt. ‘Waarom geen duidelijke en eerlijke formule in beide procedures? Bijvoorbeeld de ABC - O formule in kennelijk onredelijk ontslagprocedures, waarbij O gelijk is aan de loonsom over de opzegtermijn met een minimum van een maand. Nog beter zou het zijn om één ontslagprocedure te hebben met één formule. Dan weet iedereen waar hij of zij aan toe is.’

Nog slechter af

Het lijkt er bovendien op dat het Hof Den Haag van plan is om op ontslagen die ingaan op of na 1 januari 2009 de hofformule niet te baseren op de oude- maar op de nieuwe kantonrechtersformule. Als dat zou gebeuren dan leidt de hofformule in het geval van meneer Jansen tot een nog lagere vergoeding, namelijk 41.250 euro.

Spelt ziet nog meer haken en ogen aan de huidige regeling: ‘Een vervelende bijkomstigheid van de twee verschillende procedures en daaraan verbonden verschillende rekenmethodes is dat de werknemer die belandt in de kennelijk onredelijk ontslagprocedure ook nog eens geconfronteerd wordt met een veel langere procedure. Die kan oplopen tot een jaar, met nog eens het risico van een hoger beroep. De werknemer moet in zo’n geval erg lang wachten op een ontslagvergoeding. Als de werkgever in de tussentijd failliet gaat draait alles ook nog eens op niets uit.’

Datum: 31 Augustus 2009
Bron: Persbericht Het Juridisch Netwerk Nederland

Meest gelezen afgelopen 5 dagen:

Meer nieuwsberichten: Werk